Brief aan de heer van Dale, pionier van de Nederlandse taal Afdrukken E-mailadres
AddThis Social Bookmark Button

RVS_klepGeachte heer van Dale, ik wens hierbij mijn bijzondere waardering uit te drukken voor uw meesterwerk, het “van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse taal”. Zonder u was ik al menigmaal verloren gelopen bij het zoeken naar de correcte spelling of de betekenis van woorden die nog nooit mijn ogen of oren hadden bereikt. Ik moet echter bekennen dat mijn respect drastisch is gedaald sinds ik in uw woordenboek een grote ongerijmdheid zag staan.

\r\n

Dankzij u heerst er momenteel een algehele verwarring onder de bedrijven die zogenaamd “roestvrij staal” gebruiken of wensen te gebruiken. Die term wordt te pas en, helaas, ook te onpas gebruikt om een bepaald metaaltype als mirakeloplossing voor alle roestproblemen naar voor te schuiven. Was het maar waar …

\r\n

Het begint bv. al met een eenvoudige leuning aan onze lieflijke Noordzee. Ik heb al menig appartementseigenaar horen zweren dat zijn leverancier had gegarandeerd dat die leuning nooit zou roesten “want ze is van roestvrij staal meneer”. Wat uit het oog werd verloren is dat de basisversie van roestvast staal, de zogenaamde AISI 304, helemaal niet bestand is tegen het chloorrijke zeeklimaat. En als je aan die basisversie gaat lassen, wordt het helemaal plezant: interkristallijne corrosie en spanningscorrosie hebben al tot vele mooie fotografische plaatjes, en tot minstens zoveel kopzorgen geleid. Is met het overschakelen naar bijvoorbeeld de hoger gelegeerde 316L-versie dan niet alle onheil geweken? Voor bepaalde toepassingen is het risico op schade dan al heel wat minder, maar ook 316L kan soms snel en catastrofaal falen. Werken met roestvast staal is niet enkel een kwestie van gezond verstand, maar ook van kennis over wat kan en niet kan, wat invloed heeft op wat enz.

\r\n

Is het dan met roestvast staal altijd kommer en kwel? Zeker en vast niet. Roestvast staal kan voor vele toepassingen inderdaad de mirakeloplossing zijn, maar voor andere toepassingen kan een eenvoudig koolstofstaal bedekt met een goede coating dan weer meer dan voldoende zijn. Materiaalselectie is vooral een kwestie van het kiezen van de juiste legering ‘in functie van de toepassing, de constructiemethode, het milieu waaraan ze wordt blootgesteld, de procescondities en de juiste nazorg’. Enkel door met al deze facetten rekening te houden zal blijken of roestvast staal de oplossing kan bieden en zal kunnen worden bepaald welke roestvast staallegering dan best wordt gekozen.

\r\n

Het voormelde lijstje van aandachtspunten lijkt voor de meesten evident tot ze het woordje ‘nazorg’ lezen. De juiste nazorg van roestvast staal constructies is inderdaad van levensbelang. Wist u bv. dat het niet verantwoord is om gewoon staal of koper te slijpen in de buurt van roestvast staal, evenmin als dat roest op roestvast staal mag worden verwijderd met een gewone staalborstel. Nog zo een regeltje: schrijf nooit met potlood op roestvast staal en tenslotte … Geloof nooit de fabeltjes dat het na lassen van roestvast staal niet nodig is om te passiveren. Passiveren van roestvast staal na lassen is een absolute MUST als je de toekomst van je roestvast staal installatie wil garanderen.

\r\n

En meneer van Dale, het is u inmiddels ongetwijfeld al opgevallen: “roestvrij staal” bestaat niet. Ik verzoek u met bijzondere eerbied om die term onmiddellijk door “ROESTVAST staal” te vervangen, waarvoor bij voorbaat mijn welgemeende dank.

\r\n

Dr. ir. Frans Vos

\r\n

Dhr. Vos studeerde in 1993 af als burgerlijk materiaalkundig ingenieur aan de Katholieke Universiteit te Leuven, waarna hij bijkomende cursussen volgde in de nucleaire technologie en gespecialiseerde inspectie- en analysetechnieken. In mei 1999 verdedigde hij succesvol zijn doctoraatsproefschrift over het thermisch spuiten van zelfsmerende deklagen. Momenteel is hij directeur van Materials Consult bvba.

 
NederlandsEnglish